Coronavirus COVID-19

Informatie voor UZA-patiënten en bezoekers | Reserveer hier een afspraak voor een PCR-test
Meer details Meer details

Transplantatiecoördinator

Transplantatiecoördinator

Datum: 
23/10/2008

Taken

Maandagnamiddag, even voor half drie. Ons interview van zo dadelijk kan niet doorgaan. Want we hebben een donor, klinkt het aan de andere kant van de lijn. Twee dagen later, zelfde tijd, leggen Walter Van Donink en Gerda Van Beeumen uit wat dat precies inhoudt.

Donor gevonden

'Eigenlijk houden we ons met twee zaken bezig', steekt Van Donink van wal. 'In de eerste plaats schieten wij in actie als er zich in een Antwerps ziekenhuis een donor aandient. We gaan dan ter plaatse om de nodige medische gegevens te verzamelen en bieden de organen in kwestie aan bij Eurotransplant, de organisatie die verantwoordelijk is voor de verdeling van organen binnen de Benelux, Duitsland, Oostenrijk en Slovenië. Vervolgens verzorgen we alle contacten tussen het donorcentrum - in dit geval Antwerpen -, Eurotransplant en alle partijen die in binnen- en buitenland bij de donorprocedure betrokken zijn. Tijdens de hele donoroperatie zijn we in de operatiezaal aanwezig om alles ter plaatse te coördineren. Nadien zorgen we ervoor dat de toegewezen organen naar de ziekenhuizen in kwestie worden vervoerd. Als een orgaan naar het UZA gaat, coördineren we de transplantatie en alles wat daarbij komt kijken. Van het moment van de oproep tot alles geregeld is, gaan gemakkelijk twaalf uur voorbij, maar dat kunnen er ook 24 of meer zijn.'

Orgaan gevonden

Als Eurotransplant zelf een orgaan aanbiedt, coördineren de transplantatiecoördinatoren de hele transplantatieprocedure.

'Afhankelijk van het orgaan krijgen we een half uur of een uur om te beslissen of we het aannemen', legt Van Beeumen uit. 'In die korte tijd overleggen we met de artsen en wordt de patiënt alvast opgebeld. Stemmen we toe, dan begint de teller te tikken en hebben we van alles te organiseren : een team gaat het orgaan bij de donor wegnemen, een ander team maakt zich klaar voor de transplantatie, de patiënt moet voorbereid worden, het orgaan moet getest worden op compatibiliteit met de ontvanger…'

In dat hele gebeuren is de transplantatiecoördinator de centrale figuur die voortdurend de vinger aan de pols houdt en eventuele problemen oplost.
'Zo houden we contact om te horen of het chirurgisch team het donororgaan al heeft verwijderd en hoe de kwaliteit is. Afhankelijk daarvan kun je de ontvanger eventueel al onder narcose laten brengen of kan zelfs al gestart worden met de operatie', vervolgt Van Beeumen.

Indien nodig gaat de transplantatiecoördinator mee het orgaan oppikken. Dat kan ergens in Vlaanderen zijn, maar evengoed in Oostenrijk. Afhankelijk van de afstand gaat de reis per wagen, helikoper, vliegtuig of straalvliegtuig. En altijd is het motto : geen tijd te verliezen. Hoe langer gewacht wordt om een orgaan bij de donor weg te nemen, hoe groter de kans dat de kwaliteit afneemt. Is het orgaan een keer verwijderd, dan wordt de tijdsdruk nog groter. Hoeveel uren je dan nog kunt wachten, hangt af van orgaan tot orgaan. Een hart kan bijvoorbeeld maar vier uur buiten het lichaam bewaard blijven. Dat betekent vier uur tijd om het te verwijderen, naar het transplantatiecentrum te vervoeren en bij de ontvanger te implanteren. Een lever blijft tien tot twaalf uur bruikbaar, en een nier is in principe na 48 uur nog transplanteerbaar. Maar ook voor de nier geldt : hoe sneller, hoe beter.

Intakegesprekken

Ook de intakegesprekken met mensen die op de wachtlijst komen, gebeuren door de transplantatiecoördinatoren. Nadien kunnen de patiënten nog altijd met hun vragen bij hen terecht.

'Op de duur ken je die mensen een beetje', merkt Van Beeumen op. 'En dan leef je toch wel mee. Vooral als een patiënt op de wachtlijst voor een dringende transplantatie komt, speelt dat regelmatig door mijn hoofd. Verdorie, vandaag weer niets, denk ik dan wel eens. Soms hoor je na een tweetal weken dat die persoon het niet gehaald heeft. Dat is ook voor ons moeilijk.'

Een heel enkele keer informeert een patiënt langs zijn neus weg of hij niets kan doen om het wat sneller te laten gaan. Maar dat is letterlijk onmogelijk, doordat het niet mensen maar de computer van Eurotransplant is die volgens een strikt systeem bepaalt welke patiënt het meest in aanmerking komt voor een orgaan.

'Ik heb eens een jonge kerel over de vloer gehad die vroeg of hij zijn nier kon verkopen', herinnert Van Donink zich. 'Het antwoord was duidelijk : zoiets is onmogelijk doordat de Belgische wetgeving dit expliciet verbiedt.'

Andere taken

Soms dienen er zich in drie dagen drie donoren of organen aan, maar het kan evengoed twee weken rustig blijven.

'In die tussenperiodes houden we ons bezig met administratie, facturatie, sensibilisering, stafvergaderingen, perscontacten en het geven van voordrachten of bijscholingen', somt Van Beeumen op.

'En telefoons beantwoorden. Elk binnenkomend telefoontje waarin de lettergreep trans voorkomt, sturen ze naar ons door', lacht Van Donink.

Geen opleiding

Een opleiding tot transplantatiecoördinator bestaat niet, al is het een voordeel als je het reilen en zeilen in een ziekenhuis kent. Van Beeumen was voordien stafmedewerker in een ander ziekenhuis, Van Donink was jarenlang verpleegkundige op de afdeling nierdialyse.

Wachtdiensten en overuren

Sinds 1990 vormen de twee een onafscheidelijke tandem, waarbij ze om beurten veertien dagen van wacht zijn. Want een donor of orgaan kan zich op elk moment van de dag of nacht aanbieden.

'Die wachten hebben een grote invloed op je privéleven. Je kunt nooit iets plannen. Eén keer ben ik tijdens een wacht op aandringen van mijn kinderen toch mee naar een zwemparadijs getrokken. Ik heb toen mijn GSM en semafoon aan de redder gegeven en gevraagd mij meteen per luidspreker te verwittigen als een van de twee afging', lacht Van Donink.

Weinig rust voor de transplantatiecoördinator dus. Al geeft Van Donink toe dat hij een beetje aan de adrenaline verslaafd is.

'Ooit was ik onafgebroken in het getouw van zaterdagmiddag tot maandagavond, doordat we achtereenvolgens twee donoren en een harttransplantatie hadden. Enorm vermoeiend, maar dat voel je op dat moment niet. Voor deze job moet je toch wel een beetje gek zijn.'

Improvisatie

Hoezeer de transplantatiecoördinatoren het klappen van de zweep ook kennen, bij elke donor- of transplantatieprocedure komt er wel een moment dat er geïmproviseerd moet worden. Want er er is altijd wel iéts dat niet volgens het boekje loopt, weet Walter Van Donink. Een ambulance die vertrekt met materiaal maar zonder chirurgen, een ziekenwagen die te klein blijkt voor materiaal én bemanning, een vliegtuig dat niet mag landen…

'Tijd om daar bij stil te staan heb je niet, je moet het meteen oplossen. Zoals die keer toen een opgetrommelde helikopterploeg net voor het vertrek zei dat de vlucht drie uur zou duren in plaats van de vooropgestelde anderhalf uur, en dat we misschien beter het vliegtuig konden nemen. Op dat moment moet je kordaat zijn en tegen de piloot durven zeggen ''vooruit, geen tijd te verliezen, instappen en vertrekken.''

In al die jaren hebben collega Gerda Van Beeumen en hij al zo veel connecties opgebouwd dat ze weten bij wie ze voor wat terechtkunnen. Het woord transplantatie opent sowieso veel deuren.

Van Donink : 'Een lijnvlucht waarvan de piloot bereid is vijf minuten te wachten, dat gebeurt niet gauw. Maar als er nog een nier meemoet, lukt dat meestal wel. Ik heb ook al meegemaakt dat een luchthavencommandant spontaan zijn privénummer gaf voor het geval we problemen hadden.'

'Je mag natuurlijk niet overdrijven', voegt Van Beeumen daaraan toe. 'Als je een keer om de twee jaar om een hele goede reden vraagt om de luchthaven van Deurne langer open te houden, dan kan dat. Maar je moet dat uiteraard niet elke maand doen.'

Onbereikbare patiënten

De nachtmerrie van elke transplantatiecoördinator zijn patiënten op de wachtlijst die op het cruciale moment onbereikbaar blijken.

'Op een vroege zondagmorgen hadden we eens een nier voor een patiënt, maar de man was niet telefonisch te bereiken', vertelt Walter Van Donink. 'Ik herinnerde me vaag dat ik hem eens over een camping had horen praten, niet ver van waar ik woon. Daar ben ik hem gaan zoeken en liep ik iemand tegen het lijf die meende te weten dat de man in de caravan helemaal achteraan het aan zijn nieren had. Ik ben daar gaan aankloppen en had hem te pakken. Resultaat : transplantatie geslaagd.'

Of een patiënt op de wachtlijst met vakantie kan, hangt af van het orgaan.
'Met een nier kan dat bijvoorbeeld, op voorwaarde dat die persoon altijd bereikbaar is en hier binnen tien uur kan terugstaan', zegt Gerda Van Beeumen.

Als een patiënt halsoverkop vanuit het buitenland moet terugkomen, organiseert hij de terugreis in principe zelf. Al steekt ook dan de transplantatiecoördinator wel eens een handje toe.

'Ik heb een keer de luchthavenpolitie van Zaventem gebeld met de vraag om een patiënt zo snel mogelijk van het vliegtuig naar de uitgang te brengen. De piloot heeft de andere passagiers gevraagd even te blijven zitten, de luchthavenpolitie heeft die man uit het vliegtuig geplukt en 25 minuten na de landing op Zaventem stond hij in het UZA. De andere passagiers moeten gedacht hebben dat hij een zware misdadiger was', lacht Van Donink.

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook