Coronavirus COVID-19

Informatie voor patiënten en bezoekers
Meer details Meer details

Psychologische of psychiatrische begeleiding

Psychologische of psychiatrische begeleiding

Datum: 
23/10/2008

Pijn nooit louter lichamelijk probleem

Chronische pijn staat nooit helemaal op zichzelf. Er komen altijd psychologische en sociale factoren bij kijken.
'Veel chronische pijnpatiënten maken een soort van rouwproces door', weet D'Hondt. 'Vaak zijn ze niet alleen hun gezondheid kwijt, maar ook hun plaats in de maatschappij. Ze verliezen soms hun job, zien hun relatie stuklopen of raken sociaal geïsoleerd.'
'Velen verliezen voor een stuk hun identiteit', vult Callebaut aan. 'Een man die het bijvoorbeeld altijd belangrijk vond om voor het gezinsinkomen te zorgen, heeft het er erg moeilijk meer als zijn vrouw in zijn plaats moet gaan werken. Dat komt zijn pijnbeleving zeker niet ten goede.'
Doordat je pijn niet aan de buitenkant kunt zien, krijgen velen ook met onbegrip te maken. Hun omgeving begrijpt niet waarom ze tijdens een avondje uit vroeger naar huis moeten of fronst de wenkbrauwen als iemand noodgewongen zijn job opgeeft. Het woord profiteur valt al gauw.
De vraag of mensen depressief worden doordat ze pijn lijden, of juist meer pijn lijden doordat ze depressief zijn, is eigenlijk niet zo belangrijk.
'Feit is dat chronische pijn altijd samenhangt met levensomstandigheden en andere externe factoren, en dat je ook daar aandacht aan moet besteden. Tachtig tot negentig procent van de chronische pijnpatiënten ontwikkelen vroeg of laat bijkomende psychologische problemen, waarbij het lichamelijke en het psychische één kluwen gaan vormen. Neem bijvoorbeeld een arbeider die door zijn rugpijn zijn job verliest. Zoiets levert bijkomende stress op en zal op lange termijn het pijnprobleem verergeren', legt D'Hondt uit.
Onderzoek heeft uitgewezen dat pijnpatiënten die het psychologisch moeilijk hebben, meer pijn lijden, meer medicatie nodig hebben en minder actief zijn.
Soms hebben mensen het psychisch zo moeilijk dat de behandelende arts voorstelt de psycholoog of psychiater in te schakelen.

Psychologische begeleiding

De psycholoog werkt op verschillende niveaus.
'Enerzijds kan ik patiënten bepaalde pijncopingstrategieën aanleren, waarmee ze in bepaalde situaties de pijn beter kunnen verdragen', verduidelijkt Callebaut. 'Die oefeningen of technieken kunnen zich richten naar de verandering van de pijnervaring of naar het aanleren van mentale voorstellingen waarbij de aandacht van de pijn wordt weggetrokken. Anderzijds kan ik patiënten helpen met bijkomende zorgen die het hun psychologisch moeilijk maken. Sommige mensen moeten werken aan hun communicatievaardigheden, anderen hebben relatieproblemen, nog anderen hebben hulp nodig bij het vergroten van hun probleemoplossend vermogen…'
Veel pijnpatiënten kampen met een laag zelfbeeld.
Callebaut : 'Sommigen hadden van nature al een lage zelfwaarde en voelen zich door hun pijnprobleem - met minder kansen om zichzelf te bewijzen - nog minder waard. Dan moet er aan dat zelfbeeld gewerkt worden, bijvoorbeeld door uit te zoeken wat de patiënt nog wel kan. Er zijn mensen die opnieuw een plaats moeten vinden in de maatschappij. Maar er zijn er ook die voor het eerst die plaats moeten vinden.'
De begeleiding kan ook heel praktisch zijn. Soms vraagt Callebaut aan de patiënt om een dagboek bij te houden van zijn dagelijkse activiteiten. Nadien bekijken ze dan samen in hoever bijvoorbeeld vermoeiende activiteiten beter gespreid kunnen worden of hoe activiteiten die voldoening geven ingebouwd kunnen worden.

Psychiatrische begeleiding
 
Een aantal patiënten heeft nood aan begeleiding door een psychiater. Zij kunnen terecht bij D'Hondt, die nagaat of er sprake is van een psychiatrische aandoening en of die behandeld kan worden met medicatie. Medicatie en gesprekstherapie sluiten elkaar overigens niet uit : nogal wat patiënten zijn het meest gebaat bij een combinatie van de twee.
'Psychiatrische aandoeningen die ik bij chronische pijnpatiënten vaak zie, zijn depressie, angststoornissen en verslaving', aldus D'Hondt. 'Sommige patiënten kun je helpen met medicatie. Uiteraard schrijf je die niet zomaar voor. Ik bespreek altijd met de mensen wat de voor- en nadelen zijn en wat ze ervan kunnen verwachten. Ze worden actief bij het genezingsproces betrokken.'
Daarnaast zijn er ook chronische pijnpatiënten die niet aan een psychiatrisch probleem lijden, maar bij wie antidepressiva een beter effect hebben op de pijn dan klassieke medicatie. Ook in dat geval geeft D'Hondt advies.

Patiënt wacht vaak te lang

Hoe langer een psychologisch probleem aansleept, hoe moeilijker het te behandelen is. Helaas wachten mensen vaak heel lang voor ze hulp zoeken. Sommige pijnpatiënten weigeren ook psychologische begeleiding omdat die in hun ogen niets aan de pijn zelf verandert. Of ze zijn bang dat hun probleem zal worden afgedaan 'als iets dat tussen de oren zit'.
Callebaut : 'Je moet weten dat veel mensen sowieso te maken krijgen met reacties van ongeloof. Hun omgeving twijfelt vaak aan de ernst van hun probleem. Als ik dan naar een psycholoog  ga, krijg ik helemaal een etiket opgeplakt, redeneren sommigen.'

Verhoging levenskwaliteit

Hoewel de begeleiding van pijnpatiënten soms een werk van lange adem is, vinden de twee het werk zeker niet ondankbaar.  
'Je zit natuurlijk met een objectief gegeven - pijn - dat nooit helemaal zal weggaan', zegt D'Hondt. 'Maar dan nog kun je de meeste mensen zodanig helpen dat de pijn een stuk draaglijker wordt en dat hun levenskwaliteit verbetert. Voor velen is dat niet de manier waarop ze gehoopt hadden geholpen te worden. Maar na verloop van tijd zijn de meesten juist blij dat ze in dit pijncentrum op alle vlakken gesteund worden, zowel bij hun lichamelijk probleem als op psychologisch en sociaal vlak.'

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook