Coronavirus COVID-19

Informatie voor UZA-patiënten en bezoekers | Reserveer hier een afspraak voor een PCR-test
Meer details Meer details

PKU: levenslang diëten om hersenschade te vermijden

PKU: levenslang diëten om hersenschade te vermijden

Datum: 
08/04/2021

Fenylketonurie (PKU) is de meest voorkomende aminozuurafwijking in Noord-Europa en Noord-Amerika. “Zonder een tijdige diagnose en de juiste behandeling zorgt deze voor onherstelbare hersenschade”, zegt prof. dr. François Eyskens (UZA).

Tekst: Joris Hendrickx

Hoe evolueert PKU?

Prof. Eyskens: “Een baby die met PKU geboren wordt, is ogenschijnlijk gezond. Zonder snelle tussenkomst zal de aandoening zich echter in de loop van de volgende maanden verder ontwikkelen en onherstelbare hersenschade aanrichten. Na enige tijd wordt dan duidelijk dat deze kinderen zich psychomotorisch minder goed ontwikkelen. Vanaf ongeveer zes maanden kunnen ze ook epilepsie vertonen. Bij het uitblijven van een behandeling resulteert dit uiteindelijk in ernstige neurologische afwijkingen en een sterk verlaagd IQ.”

Wat loopt er precies mis bij deze patiënten?

“Fenylalanine (Phe) is een aminozuur dat we als mens zelf niet kunnen aanmaken. Het komt binnen via de voeding en wordt in onze lever omgezet naar tyrosine (een ander aminozuur). Bij PKU-patiënten lukt die omzetting niet of onvoldoende, wat op drie vlakken tot problemen leidt:

  • Phe stapelt zich op, wat giftig is voor de hersenen en leidt tot het afsterven van hersencellen en het aantasten van de connecties tussen verschillende hersengebieden.
  • Er ontstaat een tekort aan tyrosine, terwijl die stof net belangrijk is voor de hersenen om bepaalde stoffen (neurotransmitters) aan te maken die een normale hersenfunctie garanderen.
  • Ook tryptofaan raakt niet meer tot bij de hersenen. Dat is nodig voor de aanmaak van serotonine, wat we nodig hebben om te slapen en ons goed in ons vel te voelen.

Cijfers

  • PKU komt voor bij 1 op 12.000 Belgen
  • Zo’n 15 à 20% van de PKU-patiënten is gevoelig aan BH4
  • PKU was één van de belangrijkste oorzaken van mentale achterstand vooraleer het werd opgespoord bij pasgeborenen (hielprik).
  • België was in 1968 het eerste land in West-Europa waar PKU systematisch werd gescreend via de hielprik.

Welke behandelingsmogelijkheden zijn er?

Er zijn drie behandelingsmogelijkheden:

  1. Patiëntjes die tijdig worden gediagnosticeerd, kunnen meteen een dieet beginnen te volgen waarbij we eiwitten met fenylalanine sterk beperken. Het tekort aan tyrosine dat hierdoor ontstaat vullen we vervolgens aan met speciale aminozuurmengsels. Door zich hier strikt aan te houden, kunnen patiënten zich verder normaal ontwikkelen en zal de hersenschade uitblijven. Dat vormt dan ook de basis van de behandeling. Gelukkig zijn er steeds meer eiwitarme producten beschikbaar in de winkel, waardoor het ook wat gemakkelijker wordt om dit vol te houden.
  2. Daarnaast is er voor zo’n 15 tot 20% van de patiënten ook een behandeling voorhanden om het gebrek aan de cofactor tetrahydrobiopterine (BH4) op te vangen. BH4 zorgt ervoor dat Phe kan worden omgezet naar tyrosine. Deze behandeling is pas mogelijk vanaf de leeftijd van vier jaar en werkt enkel bij de matig-ernstige patiënten. Mits een dagelijkse inname van dit middel kan het dieet dan wat vrijer worden, want het stelt hen in staat om meer Phe te verwerken.
  3. Intussen wordt ook onderzoek gevoerd rond het potentieel van enzymsubstitutie bij volwassenen. Daarbij zou het slecht werkende enzym dat verantwoordelijk is voor de omzetting van Phe naar tyrosine worden vervangen. Alle volwassen patiënten zouden zo terug volledig normaal kunnen leven, zonder ingrijpend dieet.

Wat met PKU-patiënten die zwanger willen worden?

Prof. Eyskens: “Vroeger kwamen vrouwen die – door niet of slecht behandelde PKU – een mentale achterstand opliepen niet toe aan het stichten van een gezin. Intussen hebben we echter al een volledige generatie die dat wel kunnen. Vrouwelijke patiënten met een kinderwens moeten zich wel nóg strikter aan hun dieet houden. De verhoogde Phe-waarden kunnen immers worden overgedragen op het ongeboren kind, en dat is enorm toxisch. Zowel de hersenen als het hart en het maagdarmstelsel kunnen zo ernstig worden beschadigd. Dit vormt voor jonge vrouwen dus een extra motivatie om hun dieet steeds goed te blijven opvolgen, want zo zal de stap naar het zeer strikte dieet gemakkelijker kunnen worden gezet.”

GETUIGENIS: Arthur leeft met PKU

Zeven jaar geleden werd Arthur geboren met PKU. Zijn mama Stephanie vertelt welke impact dat had en hoe ze als gezin trachten om Arthur een zo normaal mogelijk leven te laten leiden.

Hoe verliep de diagnose van Arthur en hoe werden jullie opgevangen?

“Een tiental dagen na Arthur’s geboorte kregen we te horen dat er PKU was vastgesteld. We moesten zo snel mogelijk naar het CEMA (Centrum voor Erfelijke Metabole Aandoeningen) in het UZA gaan en werden daar meteen opgevangen door een diëtiste. Met haar hadden we een eerste intens en moeilijk gesprek, want we zaten met ongelofelijk veel vragen en twijfels. Een dag later mochten we al op consultatie gaan bij prof. Eyskens, waar ook de diëtiste en een psychologe aanwezig waren.”

Hoe evolueerde het dieet van Arthur?

“Bij de diagnose kreeg Arthur nog borstvoeding. Hier moesten we onmiddellijk mee stoppen en overstappen naar eiwitvrije melk. Zo slaagden we erin om het Phe-gehalte te verlagen en zijn gewicht terug op peil te brengen. Vervolgens evolueerden we naar een combinatie van eiwitvrije melk en borstvoeding. Na ongeveer 6 maanden mocht Arthur net zoals andere baby’s overschakelen op vaste voeding. Het verschil was echter dat we bij Arthur goed moesten afwegen hoeveel eiwitten hij bv. via aardappelen en groenten binnenkreeg. De diëtiste hielp ons om hiervoor een schema op te stellen. Tegelijk moest Arthur ook aminozuurpreparaten beginnen innemen.”

We proberen zijn gemis zo goed mogelijk te compenseren met dingen die hij wel mag eten, maar dat is natuurlijk nooit hetzelfde.

Hoe moeilijk is dat voor hem en voor jullie als gezin?

“Naarmate Arthur opgroeit, merkt hij dat zijn twee zusjes soms andere dingen mogen eten dan hijzelf. Daarnaast heeft het tot gevolg dat we bij een uitstapje niet zomaar op restaurant kunnen gaan zonder dat we eerst al een alternatief hebben voorzien voor Arthur. Ook wanneer we op reis gaan moeten we steeds zorgen dat we al het nodige zelf meenemen.”

“Gelukkig is Arthur een kind dat zich heel gemakkelijk aanpast. Hij is er natuurlijk mee opgegroeid en kent niets anders. Maar tegelijk ziet hij anderen wel andere zaken eten. Dat creëert soms moeilijkere momenten, zowel voor hem als voor ons als ouders. We proberen zijn gemis zo goed mogelijk te compenseren met dingen die hij wel mag eten, maar dat is natuurlijk nooit hetzelfde. Ook als gezin doen we bepaalde toegevingen zodat hij zich niet altijd anders hoeft te voelen.”

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook