Coronavirus COVID-19

Informatie voor patiënten en bezoekers
Meer details Meer details

Hoofdverpleegkundige

Hoofdverpleegkundige

Datum: 
23/10/2008

 

‘Sorry, ik ben nog altijd bezig met dat interview. Kun je straks even terugbellen ?’ De telefoon van Brigitte staat niet stil. Het is druk die namiddag. Zoals de meeste namiddagen.
Brigitte is intussen zeventien jaar hoofdverpleegkundige op intensieve zorgen. ‘Twee jaar nadat ik in het UZA als verpleegkundige begonnen was, startte ik in avondschool met de toenmalige licentie gezondheidszorg aan de V.U.B. Toen ik in mijn laatste jaar zat, werd in het UZA een examen uitgeschreven voor de job van hoofdverpleegkundige. Ik slaagde en mocht beginnen op intensieve zorgen. En daar stond ik dan, 27 jaar jong en hoofdverpleegkundige’, lacht Brigitte. Geert deed het andersom. Hij ruilde vier jaar geleden – 26 jaar toen - de ‘gewone’ verpleegkunde om voor een job als hoofdverpleegkundige op de dienst longziekten en tropische geneeskunde, en heeft intussen bijna de masteropleiding verpleegkunde aan de Universiteit Antwerpen afgerond.
De eerste ervaringen als hoofdverpleegkundige staan Geert nog vers in het geheugen gegrift.
‘Er komt zoveel op je af. Als ik voordien een probleem had, stapte ik daarmee naar de hoofdverpleegkundige. Nu moest ik die problemen opeens zelf oplossen. In het begin was het louter overleven. Pas na een jaar had ik min of meer het gevoel dat ik het onder controle had.’

Patiëntenzorg

Een hoofdverpleegkundige moet vandaag van veel markten thuis zijn. Om te beginnen is er de patiëntenzorg. Van de hoofdverpleegkundige wordt verwacht dat hij van de toestand van elke patiënt op de hoogte is, zodat hij als tussenpersoon kan functioneren naar de artsen, verpleegkundigen en zorgverleners toe. Hij maakt elke dag een ronde op de afdeling, overlegt met de artsen, leidt de onderzoeken in goede banen en waakt over de kwaliteit van de zorg. De patiënt en zijn familie kunnen bij hem terecht met vragen en klachten. Dat kan gaan van het verzoek om in een eenpersoonskamer te liggen tot vragen over de verzorging.
‘Voor de patiënt en zijn familie is de hoofdverpleegkundige een soort van constante factor’, legt Geert uit. ‘Ze weten dat wij van maandag tot vrijdag op de afdeling rondlopen. Vandaar stappen ze gemakkelijk naar ons toe.’
Voor Brigitte neemt de dagelijkse ronde op de afdeling minder tijd in beslag. Een afdeling intensieve zorgen telt immers ‘maar’ negen patiënten. Andere aspecten vereisen dan weer meer aandacht.
Brigitte: ‘De afzonderlijke patiënten vragen meer zorg, en ook de familie heeft intensievere begeleiding nodig. Bovendien steek je op intensieve zorgen veel tijd in apparatuur en materiaal.’

Klankbord

Naast de patiëntenzorg is er de verantwoordelijkheid voor het team. De hoofdverpleegkundige bokst een haalbare werkrooster in elkaar, speelt klankbord als er problemen zijn, houdt evaluatie- en functioneringsgesprekken, ziet erop toe dat iedereen de nodige opleiding krijgt…
Vaak is hij het die de eerste schokken opvangt. Is er een dringend probleem – een verpleegkundige die zich ziek meldt, een toestel dat hapert – dan krijgt hij dat meestal als eerste voorgeschoteld, zondagavond of niet. Bij een acuut personeelstekort springt hij regelmatig zelf mee in.
‘Ik vind het helemaal niet erg om nog eens mee een late te doen’, zegt Brigitte daarover. ‘Zo blijf je voeling houden met de inhoud van de job. Bovendien doe ik het echt graag: voor de patiënt zorgen, het menselijke contact, al eens een dankuwel krijgen…’
Tenslotte is de hoofdverpleegkundige ook alsmaar meer een manager. Hij moet ervoor zorgen dat de afdeling zo efficiënt mogelijk gerund wordt en dat het prijskaartje klopt.

Centrale figuur

Een centrale figuur op de afdeling, zo zou je de hoofdverpleegkundige kunnen omschrijven. Wat niet wil zeggen dat hij alles naar zich toe trekt.
Brigitte: ‘Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat de artsen niet alleen met mij spreken, maar ook overleggen met de verpleegkundige die de patiënt verzorgt. Zo komt de boodschap beter over en voelt die persoon zich meer naar waarde geschat. Ook contacten met de familie laat ik bij voorkeur over aan de verpleegkundige in kwestie. Hierdoor krijgt hij of zij meer rechtstreekse waardering.’
Een hoofdverpleegkundige moet op de juiste momenten kunnen bijsturen. Bijvoorbeeld als het altijd dezelfden zijn die extra werk op zich nemen, terwijl andere collega’s zich juist wat te veel op de achtergrond houden. Of als een verpleegkundige het na tien dagen eventjes gehad heeft met een patiënt die heel zware zorgen en veel aandacht nodig heeft.
De hoge werkdruk maakt de job er niet gemakkelijker op.
Brigitte: ‘We werken voortdurend op het scherp van de snee. Op moeilijke momenten komen verpleegkundigen vaak bij ons stoom aflaten.’
‘Als hoofdverpleegkundige moet je er dan ook voor zorgen dat je deur altijd openstaat’, vindt Geert. ‘Je mag nooit zeggen nu even niet. Want dan mis je misschien belangrijke dingen.’
‘Ik speld mijn mensen ook nooit iets op de mouw’, vult Brigitte aan. ‘Komt er op een druk moment geen extra hulp, dan zeg ik dat eerlijk. Als je op dat moment loze beloftes maakt, verlies je het vertrouwen. En als het hectisch is, moet je dat ook niet relativeren. Anders word je gevierendeeld.’

Lief en leed

Ook als er thuis problemen zijn, krijgt de hoofdverpleegkundige die verhalen vaak te horen.
‘In onze job kun je die dingen moeilijk verbergen. We werken heel intens samen en delen lief en leed. Als er dan thuis iets hapert, heeft dat al gauw zijn invloed op je werk’, legt Brigitte uit.
Natuurlijk hebben ze ook zelf wel eens een mindere dag. Maar ze kunnen het zich niet veroorloven om dat te laten merken.
‘Je mag nooit je hoofd laten hangen. De hoofdverpleegkundige is de motor van het geheel. Dus als die maar een diesel is, draait de rest ook maar als een dieselke’, zegt Brigitte.
Ondanks de hoge werkdruk hebben ze zich hun jobkeuze nooit beklaagd.
‘In onze maatschappij is het blijkbaar in om de verpleegkunde negatief af te schilderen. Maar ik kom elke dag met plezier werken’, zegt Geert ferm.
Of ze het directe patiëntencontact wel eens missen? Toch wel, knikken ze. ‘Voor een gewone babbel met de patiënt is er minder tijd dan vroeger. Maar daar staat tegenover dat je, via het contact met de artsen, een breder beeld hebt van de patiënt en zijn ziektebeeld’, nuanceert Geert.
‘En ons werk is ook dankbaar’, vindt Brigitte. ‘Het coördineren, het organiseren, het zorgen voor je ploeg… Als een collega mij bedankt voor zijn uurrooster, doet dat deugd. Daarnaast is het ook fijn om positieve feedback te kunnen doorgeven aan je ploeg, bijvoorbeeld als een patiënt een bedankbriefje schrijft of een doos pralines afgeeft. Dat hebben we weer goed gedaan, denk ik dan.’

Uitdaging

Ze mogen dan wel hoofd zijn, Brigitte en Geert voelen zich in de eerste plaats nog altijd verpleegkundigen.
‘Want uiteindelijk draait ook ons werk nog altijd rond het zorgen voor patiënten. Streven naar een kwaliteitsvolle patiëntenzorg is dé grote uitdaging’, zegt Geert.
Om het goed te doen, is voortdurende betrokkenheid een absolute must. ‘Alleen dan kom je tot een afdeling en een team waar je trots op kunt zijn. Dat het goed zit, merk je aan de tevreden reacties van artsen en patiënten. En aan de fijne sfeer binnen het team’, aldus Brigitte.
Hoezeer die permanente inzet wel nodig is, voelen ze vooral als ze terugkomen van vakantie.
‘Op korte tijd kan er zoveel gebeurd zijn’, weet Geert uit ervaring.
Waarop Brigitte: ‘Eigenlijk zouden wij het hele jaar door geen vakantie mogen nemen. Maar schrijf dat alsjeblieft niet op, hé.’

Studeren voor hoofdverpleegkundige

Alsmaar meer ziekenhuizen gaan voor de functie van hoofdverpleegkundige op zoek naar mensen die naast een Bachelor in Verpleegkunde ook een Master in Verpleegkunde en Vroedkunde behaald hebben. Je kunt deze studie onder meer volgen aan de Universiteit Antwerpen, die ze organiseert in samenwerking met de Hogeschool Antwerpen, de Karel de Grote-Hogeschool en de Hogeschool Zeeland. De opleiding bestaat uit een schakeljaar en een masterjaar, en is in principe te combineren met een voltijdse job als verpleegkundige. Je kunt ze ook spreiden over drie jaar. Info 03 820 25 04 of www.ua.ac.be.

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook