Elektrocochleografie (EcoG)

  • Doelstelling: nagaan of er een overdruk is in het binnenoor aan de hand van de reactie van het binnenoor op de aangeboden geluiden (klikjes en tonen).
  • Verloop: de huid achter de oren wordt gereinigd en daar worden dan elektrodes geplakt; hierna mag men rustig op een bed gaan liggen. Vervolgens spuit men een vloeistof in het oor die ervoor zorgt dat het trommelvlies volledig verdoofd is. Dit product moet een kwartiertje inwerken, waarna de neus-, keel-, oorarts het wegzuigt en vervolgens een zeer fijn naaldje door het trommelvlies prikt en op het binnenoor plaatst (hier voelt men niets van door de verdoving). Dit blijft perfect op zijn plaats zitten door een band die rond het oor wordt geplaatst. Boven op de band komt een koptelefoon te staan. De computer registreert dan via de verschillende elektrodes de elektrische activiteit van het binnenoor en zet deze om in een grafiek.        
    Het gaatje dat de naald heeft veroorzaakt groeit na 3 tot 5 dagen spontaan dicht.
  • Verschil met promontoriumstimulatie: bij het EcoG dient het naaldje enkel om de elektrische activiteit van het binnenoor op te meten, terwijl bij de promontoriumstimulatie er via het naaldje gestimuleerd wordt.