Coronavirus COVID-19

Informatie voor UZA-patiënten en bezoekers | Reserveer hier een afspraak voor een PCR-test
Meer details Meer details

Vernauwing van de halsslagader of carotisstenose

U kunt voor de behandeling van een vernauwing van de halsslagader (carotisstenose) terecht op de dienst thorax- en vaatheelkunde van het UZA. De vernauwing bevindt zich bij de meeste patiënten op de overgang van de gemeenschappelijke halsslagader (arteria carotis communis) en de inwendige tak (arteria carotis interna).

Wat zijn de oorzaken?
Wat zijn de symptomen?
Vooronderzoeken
Hoe wordt een vernauwing van de halsslagader behandeld?

Wat kunt u verwachten na de behandeling?

Wat zijn de oorzaken?

Eén van de meest voorkomende oorzaken van een vernauwing van de halsslagader (carotisstenose) is atherosclerose (aderverkalking door vetafzetting in de vaatwand). In meer zeldzame gevallen ligt een dissectie of een fibromusculaire dysplasie aan de basis.

Wat zijn de symptomen? 

Waarneembare symptomen

Een vernauwing van de halsslagader kan één van de oorzaken zijn van een beroerte (Cerebrovascular Accident of CVA zoals een herseninfarct of hersenbloeding) of van een tijdelijke beroerte (Transient Ischemic Attack of TIA). Symptomen van een beroerte zijn plotse verlammingsverschijnselen, spraakstoornissen, blindheid aan één oog of andere uitvalsverschijnselen.

Dergelijke uitvalsverschijnselen dienen altijd urgent behandeld te worden. De patiënt wordt op de afdeling spoedgevallen opgenomen. Daarna wordt de oorzaak van de beroerte op de afdeling beroertezorg (stroke unit) onderzocht. Als een vernauwing van de halsslagader aan de basis van de beroerte ligt, dringt een behandeling zich op, na multidisciplinair overleg tussen verschillende specialisten waaronder ook de vaatchirurg.

Geen waarneembare symptomen

Er is ook een grote groep van mensen die wel een vernauwing van de halsslagader hebben, maar daar geen klachten van ondervinden. Bij hen wordt de vernauwing meestal per toeval vastgesteld in het kader van een ander probleem, zoals etalagebenen (doorbloedingsstoornis in de benen), een hartaanval (doorbloedingsstoornis in de kransslagaders: coronaire ischemie of acuut myocardinfarct) of een aneurysma (uitzetting van de borst- of buikslagader).

Bij een vernauwing zonder klachten wordt alleen een behandeling opgestart als er een belangrijke vernauwing aanwezig is of als we denken dat de vernauwing op korte termijn aanleiding kan geven tot een beroerte.

Vooronderzoeken

Duplexonderzoek


Duplexonderzoek met sonde en gel t.h.v. de hals voor nazicht van de halsslagader

In eerste instantie wordt een vernauwing van de halsslagader vastgesteld met een duplexonderzoek (echografie met kleuren). Dit pijnloze onderzoek gaat door in het vaatlabo van de dienst thorax- en vaatheelkunde van het UZA.

Angiografie


Angio-CT

Als een belangrijke vernauwing wordt vastgesteld (>70%) en/of de vernauwing ernstige klachten veroorzaakt heeft, wordt in de meeste gevallen na het duplexonderzoek een angiografie (klassieke angio, angio-CT of MR-angiografie) uitgevoerd om definitief te beslissen welke behandeling er nodig is. Dit wordt ook nog aangevuld met een onderzoek van de hersenen en een onderzoek door de neuroloog indien nog niet uitgevoerd (bij patiënten zonder klachten).

Hoe wordt een vernauwing van de halsslagader behandeld?

Een vernauwing van de halsslagader (carotisstenose) kan op 2 manieren door de vaatchirurg behandeld worden:

  • Open chirurgische behandeling (carotisendarterectomie)
  • Endovasculaire behandeling (carotisstent plaatsing) 

Welke behandeling nodig is, hangt af van verschillende factoren, zoals:

  • De lokalisatie
  • De ernst en de samenstelling van de vernauwing
  • De comorbiditeit (het tegelijk voorkomen van twee of meer lichamelijke of psychische aandoeningen of stoornissen) van de patiënt
  • Het al dan niet hebben van klachten
  • … 

Soms wordt er ook gekozen voor een hybride behandeling (combinatie van operatie en stentplaatsing).

Open chirurgische behandeling (carotisendarterectomie)

Wat is het?

Een open chirurgische behandeling is een operatie waarbij de vernauwing in de halsslagader weggenomen wordt. Dankzij onze meest gebruikte techniek kan de slagader gewoon terug op de gemeenschappelijke slagader gehecht worden. Zo hoeft de slagader niet gesloten te worden met een patch uit kunststof of een stukje ader.

Omdat er in de hals geopereerd wordt, gebeurt de operatie meestal onder algemene narcose. Hoewel de ingreep ook onder lokale verdoving kan plaatsvinden, is er geen duidelijk voordeel aangetoond in eerdere studies.

Hoe verloopt de operatie?

1/ De halsslagader wordt vrijgelegd door een incisie in de hals.

 Incisie hals

2/ Tijdens de ingreep wordt de hersenactiviteit op verschillende manieren (direct en indirect) geregistreerd. Als we voor of tijdens de operatie vaststellen dat het nodig is om bloed naar de hersenen te brengen, wordt een tijdelijke overbrugging of shunt ingebracht. We dienen bloedverdunners toe en brengen klemmen in.


Tijdelijke overbrugging of shunt tijdens de ingreep

3/ De vernauwing van de halsslagader wordt weggenomen en de slagader wordt terug gesloten.

- Standaardtechniek in het UZA

De inwendige slagader wordt aan de oorsprong (divisie) doorgenomen. Daarna wordt de vernauwing weggenomen (endarterectomie) en wordt de inwendige slagader terug op de gemeenschappelijke slagader gehecht (reïmplantatie). Op deze manier is het gebruik van een verbredingspatch uit kunststof of een ader niet nodig.

 Standaardtechniek UZA

- Minder gebruikte techniek in het UZA

Na afklemming wordt de slagader in de lengte geopend, waarna de vernauwing wordt weggenomen en de slagader gesloten wordt met een verbreding; ofwel met een patch uit kunststof, ofwel met een stukje ader.

4/ De wonde wordt gesloten in lagen en er wordt een buisje achtergelaten voor het wondvocht. Het buisje wordt meestal op de eerste of tweede dag na de ingreep verwijderd.

Wat is het risico van de operatie?

- Hoewel de operatie als doel heeft om het ontstaan of verergeren van een beroerte te vermijden, kan er ook een beroerte ontstaan door de operatie. Dit risico moet duidelijk lager liggen dan het risico op een beroerte zonder behandeling.

- De patiënt kan, tijdens of na de ingreep, problemen ter hoogte van het hart ontwikkelen. Het risico op hartproblemen, een beroerte of overlijden door een hartprobleem en/of beroerte ligt echter lager dan 3% voor patiënten zonder klachten (asymptomatische patiënten) en is lager dan 6% voor patiënten die een ingreep moeten ondergaan naar aanleiding van een beroerte (symptomatische patiënten).

- Er zijn specifieke complicaties die eigen zijn aan een open chirurgische behandeling (carotisendarterectomie). Deze worden door de vaatchirurg met u besproken.

Een strikte indicatiestelling tot behandeling is daarom heel belangrijk. Dit wordt multidisciplinair in groep overlegd op basis van de huidige nationale en internationale richtlijnen.

Endovasculaire behandeling of carotisstent plaatsing

Wat is het?

  
(links) Stenose van de art carotis interna - (rechts) Resultaat na stentplaatsing

Een endovasculaire behandeling is de plaatsing van een stent in de halsslagader om de vernauwing open te rekken.

Voordat de stent geplaatst kan worden, worden de bloedvaten zichtbaar gemaakt via röntgenfoto’s en contrastvloeistof. De ingreep gaat dan ook door op een speciale tafel in een angiografiekamer waar onderzoeken en behandelingen met stralingen uitgevoerd worden. De stralingsspecialist beperkt de straling tot een minimum, uit voorzorg voor de patiënt en zichzelf. De vaatchirurg, die de stent zal plaatsen, draagt een beschermingsbril, een schildklierbeschermer en een loodschort.

De effectieve plaatsing van de stent gebeurt meestal onder lokale verdoving. Als patiënten beademd worden, onrustig zijn of de ingreep niet bewust willen meemaken, kiezen we voor een algemene narcose.

Hoe verloopt de ingreep?

1/ De liesslagader wordt aangeprikt. Bij patiënten die wakker blijven, wordt de lies eerst lokaal verdoofd.

2/ De vaatchirurg brengt de stent vanuit de lies helemaal naar boven tot in de halsslagader. De stent wordt in de halsslagader geplaatst om de vernauwing open te rekken. Dankzij de permanente plaatsing van de stent blijft de slagader open en kunnen er geen klonters naar de hersenen gaan.

3/ Tijdens de ingreep wordt de hersenactiviteit op verschillende manieren (direct en indirect) geregistreerd. In de meeste gevallen worden de hersenen ook beschermd door een proximaal beschermingssysteem in te brengen. Het unieke systeem passeert niet langs de vernauwing in de halsslagader en zuigt eventuele losse klonters weg tijdens de stentplaatsing. Op die manier is het risico op een beroerte tijdens de ingreep nog kleiner.

Wat is het risico van de stentplaatsing?

- Hoewel de stentplaatsing als doel heeft het ontstaan of verergeren van een beroerte te vermijden, kan er ook een beroerte ontstaan door de ingreep.

- De patiënt kan, tijdens of na de ingreep, problemen ter hoogte van het hart ontwikkelen. Het risico op hartproblemen ligt echter lager dan 3% voor patiënten zonder klachten en ligt lager dan 6% voor patiënten die een beroerte hadden ontwikkeld voor de ingreep.

- Er zijn specifieke complicaties die eigen zijn aan een endovasculaire behandeling (carotisstent plaatsing). Deze worden door de vaatchirurg met u besproken.

Een strikte indicatiestelling tot behandeling is daarom heel belangrijk. Dit wordt multidisciplinair in groep overlegd op basis van de huidige nationale en internationale richtlijnen.

Hybride behandeling (combinatie van operatie en stentplaatsing)

Wat is het?

Een hybride behandeling is de combinatie van een open chirurgische behandeling met de plaatsing van een stent. We kiezen voor een hybride behandeling wanneer:

  • Een vernauwing van de slagader in de hals samengaat met een vernauwing van de oorsprong van de gemeenschappelijke halsslagader.
  • Er enkel een vernauwing van de oorsprong van de gemeenschappelijke halsslagader is. 

Aangezien een vernauwing van de oorsprong van de gemeenschappelijke halsslagader achter het borstbeen ligt, is een behandeling met een stent vanuit de lies gevaarlijk voor het losmaken van klonters. Een open chirurgische behandeling van deze vernauwing is dan weer complex omdat het borstbeen moet worden geopend en de aortaboog geklemd moet worden. Daarom wordt er bij deze aandoening gekozen voor een hybride techniek. 

Hoe verloopt de ingreep?

1/ De halsslagader wordt vrijgelegd in de hals.

 Vrijleggen halsslagader

2/ De halsslagader wordt omgekeerd (naar beneden toe) aangeprikt om een stent te plaatsen in de vernauwing aan de oorsprong van de gemeenschappelijke halsslagader.

 Stentplaatsing

3/ De wonde wordt gesloten in lagen en er wordt een buisje achtergelaten voor het wondvocht. Het buisje wordt meestal op de eerste of tweede dag na de ingreep verwijderd.

4/ Tijdens de ingreep wordt de hersenactiviteit op verschillende manieren (direct en indirect) geregistreerd.

Wat is het risico van een hybride behandeling?

- Hoewel een hybride behandeling als doel heeft het ontstaan of verergeren van een beroerte te vermijden, kan er ook een beroerte ontstaan door de ingreep.

- De patiënt kan, tijdens of na de ingreep, problemen ter hoogte van het hart ontwikkelen. Het risico op hartproblemen ligt echter lager dan 3% voor patiënten zonder klachten en ligt lager dan 6% voor patiënten die een beroerte hadden ontwikkeld voor de ingreep.

- Er zijn specifieke complicaties die eigen zijn aan een hybride behandeling (combinatie van operatie en stentplaatsing). Deze worden door de vaatchirurg met u besproken.

Een strikte indicatiestelling tot behandeling is daarom heel belangrijk. Dit wordt multidisciplinair in groep overlegd op basis van de huidige nationale en internationale richtlijnen.

Wat kunt u verwachten na de behandeling?

Observatieperiode

Na de behandeling (open chirurgische, endovasculaire of hybride) gaan alle patiënten voor minstens 24 uur naar een bewakingseenheid. Het is heel belangrijk dat de bloeddruk tijdens deze eerste 24 uur zeer nauwkeurig opgevolgd en bijgestuurd wordt en dat de hersenactiviteit gevolgd en getest wordt.

Na de observatieperiode van 24 uur mag de patiënt naar de afdeling thorax- en vaatheelkunde.

Ontslag uit het ziekenhuis

  • De patiënten zonder klachten verlaten het ziekenhuis meestal na 3 à 4 dagen.
  • De patiënten die met een beroerte werden opgenomen, gaan na de behandeling terug naar de afdeling beroertezorg (stroke unit) en worden uit het ziekenhuis ontslagen op indicatie, vaak na een revalidatieperiode. 

Opvolging

Patiënten die een operatie of stentplaatsing hebben gehad ter hoogte van de halsslagader blijven levenslang onder controle. Controles gebeuren klinisch en met een duplexonderzoek, en gaan door tijdens een raadpleging op de dienst thorax- en vaatheelkunde in het UZA.

Deze informatie werd laatst aangepast op dinsdag 26 juni 2018 - 11:06
Auteur(s): Team