Uw kind wordt geopereerd

Vóór de ingreep

Zodra de datum van de ingreep vastligt, maakt u een afspraak bij de anesthesist. Zonder zijn advies kan de ingreep uitgesteld worden. Hij onderzoekt uw kind en beslist samen met u wat de meest aangewezen verdoving is.
De anesthesist beslist ook welke medicijnen uw kind vooraf dient te stoppen en welke mogen worden doorgenomen.

Voor de ingreep moet uw kind nuchter blijven. Dat betekent dat hij of zij niet mag eten, minstens 6 uur voor de ingreep. Dat voorkomt dat uw kind tijdens of na de operatie zou braken. Uw kind mag heldere vloeistof drinken tot 2 uur voor de ingreep (water, appelsap of thee zonder melk). Borstvoeding is toegestaan tot 4 uur voor de ingreep, flesvoeding tot 6 uurvoor de ingreep. De anesthesist kan mogelijk andere instructies geven in functie van de toestand van uw kind of de ingreep.

Dag van de ingreep

Uw kind wordt samen met een van de ouders naar de preoperatieve ruimte gebracht. Soms mag, in overleg met de anesthesist, een van de ouders mee in de operatiekamer tot het kind slaapt. Vervolgens begeleidt een verpleegkundige van het operatiekwartier u naar de gang. U kunt daar wachten, of in de kamer of cafetaria, tot we u verwittigen dat uw kind wakker is.

De anesthesist in de operatiezaal kan een andere arts zijn dan diegene die u vooraf ontmoette. Het dossier met de gegevens van uw kind is altijd bij de anesthesist die uw kind in slaap doet. Tijdens de operatie blijft de anesthesist altijd bij uw kind waken.

Anesthesie

Bij een algemene verdoving dienen we medicijnen toe via een geprikt infuus om uw kind in slaap te doen. Bij plaatselijke verdoving wordt alleen het te opereren lichaamsdeel pijnvrij gemaakt. Dat kan via een ruggenprik (epidurale of spinale verdoving), schouder-, arm-, of beenprik of een prik in de buurt van de plaats die verdoofd moet worden. Soms krijgen kinderen slaapgas dat ze inademen via een masker.

De anesthesist beslist steeds op het moment zelf welke verdoving nodig is. Tijdens de operatie blijft de anesthesist steeds bij uw kind om over de parameters te waken zoals onder andere diepte van de slaap, ademhaling, hartslag, lichaamstemperatuur of bloedverlies.

Na de operatie

Na de operatie ontwaakt uw kind in de ontwaakzaal of 'recovery'. De verpleegkundigen volgen zijn of haar toestand goed op. Pijn wordt zoveel mogelijk voorkomen of verzacht. Keelpijn, misselijkheid, een droge mond of dorst komen soms voor na een operatie.

Nadien gaat uw kind naar een gewone kamer. Ook hier volgen de verpleegkundigen uw kind op, met extra aandacht voor pijn of andere ongemakken.

Uw kind wordt uit het ziekenhuis ontslagen nadat de anesthesist en de chirurg hiervoor toestemming gaven. We houden het verblijf zo kort mogelijk.

Schrik niet als uw kind zich nog enige tijd zwak voelt na de ingreep, een operatie vergt immers een zware lichamelijke inspanning.

Meer informatie

Lees de volgende items voor meer informatie:

Deze informatie werd laatst aangepast op maandag 05 maart 2018 - 16:03
Auteur(s): Team