Slaapproblemen bij kinderen

Snurken en adempauzes tijdens de slaap (slaapapneu)

Snurken duidt op een verhoogde weerstand ter hoogte van de bovenste luchtweg.

Soms is de weerstand zo hoog dat er een verstopping optreedt die een korte adempauze veroorzaakt. Dit noemen we een obstructieve adempauze of apneu. De pauzes variëren qua duur. In ernstige gevallen treden ze tientallen keren per uur op. Tijdens de ademstilstand geven de hersenen het signaal om weer te ademen. Uw kind gaat dan oppervlakkiger slapen of wordt een beetje wakker. Het resultaat? De nachtrust wordt verstoord.

Wat is de oorzaak?

Te grote neuspoliepen en/of keelamandelen zijn vaak de oorzaak van snurken en adempauzes tijdens de slaap. Maar ook overgewicht begint een belangrijke rol te spelen. Eveneens zijn er bepaalde aandoeningen die gepaard gaan met een verhoogd risico voor slaapapneu zoals bijvoorbeeld Down syndroom.

Wat is de oplossing?

  • Een operatie waarbij de neuspoliepen en/of keelamandelen verwijderd worden.
  • Geneesmiddelen zoals een neusspray of anti-allergische medicatie kunnen effectief zijn in milde gevallen.
  • Een CPAP-apparaat

's Nachts slaapt uw kind met een masker op de neus dat verbonden is met een apparaat. Het apparaat verhoogt de druk in de luchtweg zodat deze niet meer kan afsluiten. Omdat uw kind moet wennen aan slapen met dit apparaat is een opname van meerdere dagen nodig. De meeste kinderen leren uitstekend slapen met het CPAP-apparaat.

Overdreven slaperigheid overdag: narcolepsie

Narcolepsie is een neurologische aandoening met overdreven en onbedwingbare slaperigheid overdag. Narcolepsie kan gepaard gaan met plotse spierverslapping en bijzonder levendige dromen bij het inslapen.

De diagnose wordt gesteld door een slaaponderzoek en zogenaamde multiple sleep latency testen. De dag na het slaaponderzoek blijft uw kind in het ziekenhuis om nog een aantal dutjes te doen.

Bijkomende onderzoeken bij het vermoeden van narcolepsie zijn:

  • een bloedonderzoek
  • een analyse van het ruggenmergvocht
  • of een hersenscan

Wat is de oplossing?

  • Kinderen met narcolepsie worden behandeld met medicijnen. Deze hebben geen genezend effect, maar behandelen wel de gevolgen.
  • Ervoor zorgen dat uw kind voldoende slaapt, is noodzakelijk. Vaak zijn 1 of meerdere dutjes overdag nodig.  

Overdreven slaperigheid overdag kan ook andere oorzaken hebben. Een slaaponderzoek is noodzakelijk voor de diagnose en een behandeling op maat. 

Onrustige benen en beenbewegingen tijdens de slaap

Kinderen met het syndroom van onrustige benen vertonen dikwijls een inslaapprobleem. Het gaat om een vreemd, onaangenaam gevoel in de benen dat vaak moeilijk te beschrijven is. Ook groeipijnen kunnen op dit syndroom wijzen.

Tieners kunnen dit vaker beter bewoorden: ze vertonen een drang om hun benen te bewegen. Dit start of verergert bij het zitten of neerliggen en vermindert of verdwijnt weer bij het rechtstaan.

Deze drang is er vooral of uitsluitend ’s avonds of ’s nachts. Bij een deel van de kinderen met rusteloze benen zien we dat ook hun slaap verstoord wordt door zogenaamde periodische beenbewegingen. In dit geval is een slaaponderzoek aangewezen.

Wat is de oorzaak?

Vaak speelt een te lage ijzerreserve een rol. Het nemen van extra ijzer gedurende meerdere maanden kan het probleem vaak verhelpen. 

Gedragsmatige slaapstoornissen

Vaak is ongewenst gedrag de basis van het in- en/of doorslaapprobleem van uw kind. Dit wordt meestal al duidelijk bij het intakegesprek op de consultatie. Een slaaponderzoek is dan niet altijd nodig.

Wat is de oplossing?

We stellen samen met u een stappenplan op dat het ongewenst gedragspatroon doorbreekt op uw ritme en dat van uw kind. Er wordt nieuw slaapgedrag aangeleerd. U wordt hierin begeleid door onze kinderartsen en door ervaren slaapverpleegkundigen die uw probleem nauw opvolgen. 

Biologische klokstoornissen: het syndroom van vertraagde slaapperiode (tieners)

Uw puber gaat bijvoorbeeld rond 22u30 slapen en ligt dan meestal langer dan 2 uur wakker alvorens in te slapen. Eens ingeslapen, verloopt de rest van de slaap normaal. ’s Morgens is het opstaan moeilijk. Het te laat inslapen resulteert in vermoeidheid, prikkelbaarheid, hoofdpijn en concentratiestoornissen. Depressies, angststoornissen en abuses dienen uitgesloten te worden.

Wat is de oplossing?

Tijdens de behandeling wordt de slaap-waakcyclus weer tot de ‘norm’ herleid. Een aantal maatregelen:

  • Geen dutjes overdag.
  • Regelmaat in het uur van slapen gaan en ontwaken, zowel tijdens de week als in het weekend.
  • Vermijden van intensieve sport vlak voor het slapen gaan.
  • Het vermijden van cafeïne, andere opwekkende dranken en voeding in de avonduren.
  • Het vermijden van computer en tv in de slaapkamer.
  • Blootstelling aan meer licht in de vroege ochtend (eventueel).

Dit wordt gecombineerd met een schema waarbij het slaap-waakritme terug regelmatig wordt gemaakt. Soms wordt deze behandeling gecombineerd met het medicijn melatonine.

Abnormale gedragingen (parasomnieën): nachtmerries, paniekaanvallen, slaapwandelen

Parasomnieën zijn slaapstoornissen met abnormale gedragingen tijdens de slaap of tijdens de overgang van wakker naar slaap. Meestal resulteren de parasomnieën niet in slapeloosheid of in overdreven slaperigheid overdag.

Nachtmerries zijn beangstigende dromen tijdens de REM-slaap die vaak resulteren in ontwaken. Omdat ze optreden tijdens de REM-slaap komen ze meer voor in de tweede helft van de nacht. Ongeveer 10 tot 50% van de kinderen tussen 3 en 5 jaar hebben voldoende nachtmerries om de slaap van de ouders te verstoren. Ongeveer 75% van de kinderen kan zich ten minste 1 nachtmerrie herinneren.

Een slaaponderzoek kan aangewezen zijn omdat nachtmerries en parasomnieën in het algemeen gelinkt zijn aan snurken en adempauzes tijdens de slaap.

Bij nachtelijke paniekaanvallen (pavor nocturnus) ontwaakt uw kind intens angstig uit een diepe slaap. Het is niet aanspreekbaar, lijkt in de war, en zal zich ’s morgens – in tegenstelling tot bij nachtmerries – meestal niets herinneren. Pavor nocturnus komt voor bij ongeveer 3% van alle kinderen en is verdwijnt meestal bij het ouder worden.

Slaapwandelen komt ook voor tijdens de diepe slaap, meestal tijdens het eerste derde deel van de nacht. Het komt voor bij 1 tot 15% van de kinderen. De piekleeftijd valt tussen 4 en 8 jaar, en stopt meestal na de leeftijd van 10 jaar. De enige behandeling bestaat uit preventieve maatregelen zodat uw kind zich ’s nachts niet kan verwonden.

Hoofdbonken

Herhaalde, ritmische bewegingen met het hoofd of een ander lichaamsdeel komen meestal voor bij het inslapen. Tot 70% van de zuigelingen heeft op de leeftijd van 8 maanden 1 of meer fasen doorgemaakt. Meestal gaat dit over vóór uw kind 3 jaar is. U neemt best preventieve maatregelen om te vermijden dat uw kind zich ’s nachts kwetst.

Hoofdbonken kan wijzen op andere pathologieën, zoals bepaalde ontwikkelingsstoornissen en psychiatrische en neurologische stoornissen. Als dit niet klinisch uitgesloten kan worden, is een slaaponderzoek aangewezen.

Deze informatie werd laatst aangepast op vrijdag 01 juni 2012 - 17:06
Auteur(s): Team