Infecties bij pasgeborenen

Pasgeborenen kunnen een infectie (of sepsis) opgelopen hebben tijdens de bevalling. Bij premature baby’s treden soms ook kort nadien infecties op. De behandeling gebeurt met antibiotica.

Welke soorten infecties kunnen er voorkomen bij pasgeborenen?

  • Vroege infecties (binnen 72 uur na de geboorte): afkomstig van bacteriën in de vagina van de moeder zoals groep B streptokokken (GBS) en E. coli. Soms worden de infecties ook veroorzaakt door langdurig gebroken vliezen, zuurstofgebrek bij de geboorte, prematuriteit enz. Door screening op 35 weken en antibiotica tijdens de bevalling kunnen we infecties meestal voorkomen.
  • Late infecties (na 72 uur na de geboorte): deze infecties treden vooral op bij kinderen onder 1500 gram. Ze verminderen de kans op een normale ontwikkeling op lange termijn.

Hoe stellen we de diagnose bij infecties bij pasgeborenen?

Het onderzoek wordt ook sepsis screening genoemd en gebeurt op basis van:

  • bloedonderzoek: om een infectie op te sporen op basis van een toename van witte bloedcellen en het eiwit CRP én een afname van de bloedplaatjes
  • bloedcultuur: om bacteriën en eventuele virussen op te sporen via een kweek in het labo
  • cultuur van urine, katheter en slijmen uit de luchtwegen: enkel nodig als het kindje beademd is

Hoe verloopt het onderzoek naar infecties bij pasgeborenen?

Voor de afname van de bloedcultuur ontsmetten we de huid goed met alcohol. De bloedafname gebeurt meestal met een naaldje ter hoogte van een adertje in arm of been als er geen katheter aanwezig is. We hebben in totaal ongeveer 2 milliliter nodig.

Wanneer krijgt u de resultaten van een onderzoek naar infecties bij pasgeborenen?

De resultaten zijn meestal na enkele dagen beschikbaar.

Hoe kunnen infecties bij pasgeborenen behandeld worden?

Een infectie wordt behandeld met antibiotica die via een ader ingespoten wordt. Zodra we weten welke bacterie of virus verantwoordelijk is voor de infectie en aan welk antibioticum deze gevoelig is, sturen we de gestarte antibioticabehandeling bij.

Als de behandeling goed aanslaat zullen de witte bloedcellen, maar vooral de CRP (eiwit) opnieuw normaliseren. Daarom zijn regelmatige bloedcontroles nodig.

Deze informatie werd laatst aangepast op woensdag 23 maart 2016 - 17:03
Auteur(s): Team