Afstoting en infectie voorkomen

u kunt al heel wat problemen rond afstoting en infecties na uw longtransplantatie vermijden door uw medicatie strikt in te nemen en uzelf goed te verzorgen. Hier vindt u enkele maatregelen en tips.

Kom regelmatig op controle

Houd een medisch dagboek bij

Neem uw medicijnen stipt

Houd tekenen van afstoting nauwgezet in de gaten

Zorg voor uzelf

Alarmsignalen

Kom regelmatig op controle

Initieel wordt u 1 tot 2 maal per week gezien op de raadpleging. Als alles naar wens verloopt, worden de controles minder frequent en zien we u één maal per maand en zo nodig bij problemen.

Houd een medisch dagboek bij

Om infectie en afstoting vroeg op te sporen, uw lichamelijke conditie te volgen en bijwerkingen van medicijnen te signaleren, moet u een nauwkeurig dagboek bijhouden met:

  • ingenomen medicatie (zeer stipt)
  • gewicht (‘s morgens nuchter)
  • longfunctie
  • lichaamstemperatuur

Neem uw medicijnen stipt

Na de transplantatie moet u medicatie gebruiken om het eigen afweermechanisme van het lichaam te onderdrukken en zo de afstoting van de getransplanteerde long(en) te voorkomen. Daardoor bent u gevoeliger voor infecties. Bovendien kunnen infecties minder opvallend zijn in het begin (minder koorts) en toch uiteindelijk zeer ernstig zijn.

Naast medicijnen ter voorkoming van afstotingsreacties zult u nog een aantal andere medicijnen moeten gebruiken. Het gaat dan onder meer om middelen die complicaties moeten voorkomen, bloeddruk verlagen of vocht afdrijven. Uiteraard is het belangrijk dat u die nauwgezet neemt en eventuele afwijkingen meldt aan de arts. Maak ook een lijstje van alle medicijnen en zorg dat u de mogelijke bijwerkingen kent.

Houd tekenen van afstoting nauwgezet in de gaten

Acute afstoting

In het begin is er vooral kans op een acute afstoting. Omdat die goed te behandelen is als er vroeg ingegrepen wordt, is het belangrijk de symptomen van acute afstoting te onderkennen:

  • grieperig gevoel of algemeen onwel
  • temperatuursverhoging
  • kortademigheid
  • vermoeidheid
  • achteruitgang van de longfunctie
  • daling van de zuurstofsaturatie

Chronische afstoting

Chronische afstoting kan in een later stadium na de transplantatie ontstaan. Het is in tegenstelling tot de acute afstoting een geleidelijk proces waarbij de longfunctie geleidelijk achteruit gaat.

De symptomen zijn ook iets minder duidelijk:

  • abnormale periode van vermoeidheid en minder goed voelen
  • kortademigheid
  • achteruitgang van de longfunctie
  • koorts
  • soms pijn in de borst
  • soms hartritmestoornissen

Chronische afstoting is niet altijd goed te behandelen. Soms slaat de medicatie aan en herstelt de longfunctie of stabiliseert het proces. Maar helaas kunnen de beschikbare geneesmiddelen de afstoting niet altijd afremmen.

De enige manier om in een vroeg stadium infectie met zekerheid te onderscheiden van afstoting is het tijdig uitvoeren van een bronchoscopie met spoelen van het longweefsel voor kweek en het afnemen van stukjes longweefsel met een tangetje. Afhankelijk van de resultaten zal nadien eventueel een behandeling gestart worden die gericht is tegen afstoting of infectie. Wanneer een ‘routine’ of ‘opvolgingsbronchoscopie’ wordt uitgevoerd en de resultaten gunstig zijn, kunt u na 24 uur naar huis.

Zorg voor uzelf

Door uzelf goed te verzorgen kunt u al heel wat problemen na de transplantatie vermijden.

  • Zorg voor een goede lichaams- en tandhygiëne.
  • Controleer uw huid op wondjes en let op tekenen van infectie (roodheid, zwelling en pijn).
  • Probeer uw gewicht aan te houden.
  • Let op uw voeding: eet geen rauw vlees, vis of schaaldieren en gebruik geen rauwe eieren. Groenten en fruit altijd goed wassen voor gebruik en eventueel schillen of koken.
  • Matig uw alcoholconsumptie (zeker in combinatie met medicatie).
  • Blijf uit de buurt van zieke mensen en haal geen nieuwe huisdieren binnen.
  • Neem altijd uw mondmasker mee en gebruik het in ruimtes waar veel mensen verkouden zijn.
  • Blijf uw revalidatieprogramma volgen.
  • Doe geen risicosporten.
  • Rook absoluut niet.

Zijn er toch tekenen van een infectie? Neem dan zo snel mogelijk contact op met het ziekenhuis.

Alarmsignalen

Neemt contact op met het ziekenhuis als u een van de volgende klachten hebt. U kan worden doorverwezen naar uw huisarts of u moet naar het UZA komen.

  • Bij gewichtstoename van meer dan 2 kilo in de loop van 2 dagen
  • Bij koorts: 37,5 graden of meer gedurende 2 uur (meet uw temperatuur twee keer per dag)
  • Bij klachten aan de luchtwegen:
    • Achteruitgang van de longfunctie met meer dan 20%
    • Hoesten, fluimen (verandering van kleur en hoeveelheid)
    • Pijnlijke keel
    • Ernstige verkoudheid, griep
    • Kortademigheid
    • Verstopte neus en hoofdpijn (sinusitis)
  • Bij klachten aan de buik:
    • Diarree, braken
    • Buikpijn
    • Pijn of branderig gevoel bij het plassen
  • Bij klachten aan de huid:
    • Huiduitslag, ontstoken wonde
    • Zweren, blaren, verdachte knobbels in oksel, lies of elders
    • Verandering pigmentvlekken
  • Bij andere klachten:
    • Vermoeidheid
    • Pijn in de gewrichten
    • Infectie of andere lichamelijke klachten
  • Bij plotse opname in een ander ziekenhuis

Raadpleeg voor alle details de brochure Longtransplantatie.

Deze informatie werd laatst aangepast op donderdag 29 maart 2018 - 13:03
Auteur(s): Team