Doelstellingen eindwerk
-
integreren van de behandelde leerstof in een praktijksituatie
-
zoeken van bijkomende literatuur in aanvulling op het lesmateriaal.
-
detecteren van effectieve en/of potentiële knelpunten in de zorg en suggesties naar voor brengen ter optimalisatie van de zorg.
Doel van het eindwerk is dat u kan aantonen dat u de leerstof uit de lessen kan integreren in de praktijk. U dient als uitgangspunt een casus te kiezen waarmee u in uw praktijksituatie bent in contact gekomen. Naast het integreren van de gedoceerde leerstof van minstens drie verschillende modules dient u eveneens gebruik te maken van aanvullend bronmateriaal. In het eindwerk moet u minstens naar 3 geraadpleegde bronnen verwijzen.
Praktisch
Het eindwerk is een groepswerk van max. 3 studenten, waarbij er één casus wordt gekozen en uitgewerkt. Iedere groep krijgt in functie van het onderwerp een groepsbegeleider toegewezen. De begeleiding houdt (indien gewenst) twee contactmomenten met de begeleider in. Daarnaast zal het eindwerk (indien gewenst) éénmalig gelezen en van feedback voorzien worden door de projectbegeleider.
Tijdens de eerste lesavond op 3 november 2008 zal de opdracht toegelicht worden en kan u vragen stellen. Tijdens module 3 op 24 november 2008 dient u de groepsamenstelling en de titel van het eindwerk door te geven. Vervolgens zal u tijdens module 4 op 1 december 2008 de naam en contactgegevens van uw projectbegeleider vernemen.
Het eindwerk bestaat uit één beknopt geschreven eindwerk van min. 3000 en max. 5000 woorden (inclusief referentielijst en bijlagen)en dient op 20 april 2009 in vijfvoud ingediend te worden bij de opleidingscoördinatoren. Per groep zal het eindwerk na verloop van de cursus (20 en 27 april 2009) voorgesteld worden aan de ganse studentengroep en aan een jury. Zowel de inhoud als het presenteren van het eindwerk zal door de jury beoordeeld worden. Deze presentatie mag max. 15 minuten duren waarbij iedere student een deel van de presentatie voor zijn rekening neemt.
Opbouw eindwerk
1) Omslag
Bevat:
2) Woord vooraf
Bevat:
-
motivering
-
specifieke omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het maken van dit werk
-
problemen die de realisering vertraagd of bemoeilijkt hebben
-
verwijzing naar of dankbetuiging aan personen die behulpzaam zijn geweest
-
(max. één bladzijde tekst)
3) De eigenlijke tekst
4) Het besluit
Welke titel je gebruikt, is afhankelijk van de inhoud van je afsluiting.
5) De literatuurlijst
5.1 De beschrijving van een tijdschriftartikel
Voor een juiste beschrijving van een tijdschriftartikel zijn volgende elementen nodig:
-
de namen van alle auteurs: deze namen (of naam, indien er maar één auteur is) worden gevolgd door een komma en de eerste letters van alle voornamen. Na iedere letter komt een punt. Tussen de namen van de verschillende auteurs komt ook telkens een komma. Wordt een instelling of een organisatie als auteur genoemd, dan moet de volledige naam ervan als auteursnaam opgenomen worden. Na de namen volgt een punt.
-
het jaar waarin het artikel gepubliceerd werd: dit jaartal wordt opgenomen tussen ronde haken en gevolgd door een punt. Werken van eenzelfde auteur uit eenzelfde jaar moeten van elkaar onderscheiden worden door aan het jaartal een kleine letter a, b, c, enz. toe te voegen.
-
de titel van het artikel: alleen het eerste woord van de titel, en eventueel het eerste woord van een ondertitel beginnen met een hoofdletter. Tussen titel en eventuele ondertitel komt een dubbele punt. Na de titel of na de eventuele ondertitel, komt een punt. Indien in een artikel geen auteursnamen vermeld worden, zal de titel het eerste element van de beschrijving zijn. In de literatuurlijst moet je deze publicaties alfabetisch rangschikken op het eerste woord van de titel. Het jaartal vermeld je in dit geval na de titel.
-
de titel van het tijdschrift waarin het artikel verscheen, gevolgd door de nummers van het volume of de jaargang, de aflevering en de pagina’s: de titel van het tijdschrift wordt niet afgekort. Alle woorden van de titel, behalve de lidwoorden, de voegwoorden en de voorzetsels, beginnen met een hoofdletter.
De titel wordt bij voorkeur cursief getypt of onderlijnd. Ook het nummer van het volume of de jaargang wordt onderstreept of cursief getypt. Het nummer van de aflevering wordt tussen haakjes aan het nummer van het volume of de jaargang toegevoegd indien elke aflevering met pagina 1 begint.
-
Wanneer de paginering binnen een volume of jaargang over alle afleveringen doorloopt, is het geven van het nummer van de aflevering overbodig. Tenslotte volgt het nummer van de eerste en de laatste bladzijde van het artikel, gescheiden door een streepje en gevolgd door een punt.
-
Tussen de titel, het nummer van jaargang of volume en aflevering, en de paginanummers komt telkens een komma.
Voorbeelden:
Sinnave, P. (2008). Diabetes en acute coronaire syndromen. Tijdschrift voor Cardiologie, 20 (6), 303-311.
Communicating about patient’s care. (1990) Nursing Times, 86 (15), 32-34.
5.2 De beschrijving van een boek
De beschrijving van een boek bevat volgende gegevens:
-
de namen van de auteurs: deze namen worden overgenomen van de titelpagina. Soms vermeldt de titelpagina een redacteur of editor als belangrijkste naam. In dat geval wordt deze naam (of namen, indien er meer zijn) opgenomen, met daarachter tussen haakjes (red.) of (ed.).
De namen worden opgenomen in de vorm die ook bij tijdschriftartikels is aangegeven. De familienamen worden gevolgd door een komma en de eerste letters van alle voornamen. Na iedere letter komt een punt. Tussen de namen van de verschillende auteurs komt ook telkens een komma. Wordt een instelling of een organisatie als auteur genoemd, dan moet de volledige naam ervan als auteursnaam opgenomen worden. Na de namen volgt een punt.
-
het jaar van publicatie: dit jaartal wordt opgenomen tussen ronde haken en gevolgd door een punt. Werken van eenzelfde auteur uit eenzelfde jaar moeten van elkaar onderscheiden worden door aan het jaartal een kleine letter a, b, c, enz. toe te voegen.
-
de titel van het boek: alleen het eerste woord van de titel, en eventueel het eerste woord van een ondertitel beginnen met een hoofdletter. Tussen titel en ondertitel komt een dubbele punt. De titel wordt onderstreept of cursief getypt. Indien nodig kun je na de titel tussen ronde haakjes een vermelding in de zin van (3de dr.) of (7de ed.) toevoegen om aan te duiden om welke druk of editie van het boek het gaat. Bestaat het boek dat je wilt beschrijven uit meer dan één deel, en wil je een bepaald deel aanduiden, dan kan dat door een vermelding als (Vol. 2) of (D 1.2) toe te voegen. Na de titel, na de eventuele ondertitel of na de vermelding tussen haakjes, komt een punt.
Indien in een boek geen auteursnamen vermeld worden, zal de titel het eerste element van de beschrijving zijn. In de literatuurlijst moet je deze publicaties alfabetisch rangschikken op het eerste woord van de titel. Het jaartal vermeld je in dit geval na de titel.
-
de plaats van vestiging en de naam van de uitgever van het boek: indien in het boek meer dan één plaats vermeld wordt, noem je alleen de eerste. Na de plaatsnaam komt een dubbele punt en daarna de naam van d e uitgever. Het kan een uitgeversbedrijf zijn maar ook een instelling of een organisatie. Sluit de beschrijving af met een punt.
-
Voorbeelden:
Gevers, T., Kapsenberg, I.; Straatman, W. (1988). Het professionele tweegesprek. Amsterdam: Swets & Zeitlinger.
-
Silbernagl, S., Despopulos, A. (1999). Sesam Atlas van de Fysiologie. Baarn: Bosch en Keuning.
5.3 De beschrijving van wetten, decreten, besluiten
Geef bij wetten, decreten, besluiten de titel, de datum van goedkeuring en de referenties van publicatie in het Staatsblad.
Voorbeeld:
Decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap (1) decreet van 13 juli 1994, Belgisch Staatsblad 22064-22114 (31 augustus 1994).
5.4 De beschrijving van audiovisuele bronnen
Audiovisuele programma’s worden zoveel mogelijk beschreven zoals boeken. De naam van het medium wordt tussen vierkante haken aan de titel toegevoegd.
Voorbeeld:
Radema, J. (scenario en regie). (1995). Aan genenzijde: Overerving bij de mens [Video]. (Beschikbaar via: Audiovisuele Dienst K.U. Leuven).
5.5 De beschrijving van elektronische bronnen
Worden beschreven zoals boeken.
Voorbeeld:
Algemene vereniging van de Geneesmiddelenindustrie [cd-rom]. (2005). Compendium. Brussel: Algemene Vereniging van de Geneesmiddelenindustrie.
The Ultimate Human Body [cd-rom]. (2004). London: Dorling Kindersley Multimedia.
Internet wordt zo beschreven:
via WWW:
Auteur, V. (datum). Titel van de bijdrage [on line]. Beschikbaar via: zoekmethode, map en bestandsnaam.
Voorbeeld:
Strobbe, M. (2006, mei 05). De HIVV-mediatheek on line contents catalogus [on line]. Beschikbaar via internet: http://www.katho.be/hivv/bib.
Lay-out
Gebruik lettertype Times New Roman grootte 12.