De successen van de Europese Unie: spreek erover!

Datum: 
17/02/2017
Bron: 
De Standaard

Terwijl men in andere landen toekijkt hoe het Verenigd Koninkrijk zich opmaakt om uit de EU te stappen, spoort Herman Goossens (UAntwerpen/UZA) wetenschappers aan om meer ruchtbaarheid te geven aan wat de EU voor hen doet. 

"Toen het Verenigd Koninkrijk ervoor koos om de Europese Unie te verlaten, kreeg ik een sms van een bevriende collega van de universiteit van Oxford: ‘Als trotse Europeaan voel ik nu verdriet in elke cel van mijn lichaam. Deze dag is als een nachtmerrie, ik ben diep geschokt. Maar ik hoop dat de wetenschap en de vriendschap uit deze verschrikkelijke puinhoop zullen kunnen opstaan.’

De nachtmerrie duurt voort. Vorige week besliste het Britse parlement om artikel 50 van het Verdrag van Lissabon in te roepen en daarmee de uittreding in gang te zetten. Dit is voor de EU wellicht de grootste crisis ooit.

De Europese Unie is een geweldig project. Toch vragen miljoenen Europeanen zich af wat de unie eigenlijk voor hen doet. Er wordt hun voorgehouden dat de EU haar geld uitgeeft aan hoogdravende projecten zonder concreet nut voor de burger.

Campagne dankzij Europa

Heeft de EU haar burgers teleurgesteld? Als ik kijk naar de strijd tegen antibioticaresistentie, luidt mijn antwoord volmondig ‘neen’. We hebben de voorbije twee decennia significante vooruitgang geboekt. Met enkele collega’s zocht ik uit in welke mate de EU en afzonderlijke lidstaten initiatieven tegen antibioticaresistentie hebben gefinancierd tussen 2007 en 2013. Ons onderzoek toonde aan dat een aanzienlijk deel van de investeringen van de EU kwam, en dat er een duidelijk gebrek aan financiering was van dergelijk onderzoek door de lidstaten.

 De successen van de Europese Unie: spreek erover!

In België werd in 2000 een campagne over antibioticamisbruik gelanceerd, en twee jaar later kwam er een soortgelijk initiatief in Frankrijk. Als er toen geen door de EU gefinancierd project was geweest om de nodige overtuigende gegevens over de omvang van het probleem te verzamelen, hadden de ministers van beide landen geen essentiële steun toegezegd.

Beide campagnes hebben tot een cruciale daling van het antibioticagebruik én de antibioticaresistentie bij niet-gehospitaliseerde patiënten geleid. Bovendien hebben onafhankelijke studies, gefinancierd door de EU, aangetoond dat de campagnes tot positieve gedragsveranderingen op het vlak van antibioticagebruik hebben geleid bij zowel artsen als patiënten.

Geïnspireerd door dit succes besloot de Europese Commissie in 2008 haar steun te verlenen aan de eerste ‘Europese dag voor antibioticabewustzijn’. Dat werd een jaarlijks evenement, en groeide in 2015 zelfs uit tot een wereldwijde week voor het goed gebruik van antibiotica, gecoördineerd door de Wereldgezondheidsorganisatie.

EU vs. superbacterie

En dat is nog niet alles. Het is dankzij EU-financiering dat we de infecties met de MRSA superbacterie in Europese ziekenhuizen in kaart hebben kunnen brengen. Uit de resultaten van dit project bleek dat het percentage MRSA-infecties sterk verschilde van land tot land. Deze gegevens zetten beleidsmakers aan nationale plannen uit te rollen waardoor het aantal MRSA-infecties in de meeste lidstaten spectaculair gedaald is.

En het was ook pas toen we het antibioticagebruik bij voedselproducerende dieren in Europa gingen analyseren — opnieuw met de steun van EU-subsidies — dat we vaststelden dat Nederland een van de grootste verbruikers van antibiotica in de landbouw was. De Nederlandse minister voor Landbouw legde streefcijfers vast voor lager antibioticagebruik in de veeteelt, wat de sector vlot haalde. Nu zijn er duidelijke aanwijzingen dat de antibioticaresistentie bij dieren in Nederland afneemt.

Succesverhalen zijn er dus zeker, maar hoe kunnen we die beter uitdragen om de Europese burgers ervan te overtuigen dat de EU aanzienlijke voordelen oplevert voor elke burger?

De Europese instellingen en hun personeel moeten een strategie ontwikkelen om de voordelen van de EU duidelijker in de kijker te zetten. Journalisten moeten de diverse kanalen waarover ze beschikken, benutten om veel meer positieve verhalen onder de aandacht te brengen. Ook de industrie krijgt aanzienlijke steun van de Europese belastingbetaler voor bedrijfsontwikkeling, en zou daar openlijk veel erkentelijker voor mogen zijn. En de academische wereld moet de voordelen van Europese steun en samenwerking beter in de verf zetten. De gevoelsuitingen van mijn vriend uit Oxford over het belang van samenwerking moeten breed uitgesmeerd worden op spandoeken op de gebouwen van universiteiten en op hun websites. Rectoren en schoolhoofden moeten hameren op die woorden tegen de studenten, de overheid en de burgers.

Laten we gebruikmaken van creatieve media en boodschappen om deze successen te communiceren naar de Europese burger. Ik ben mij ervan bewust dat dit ook enigszins klinkt als een populistisch manifest. Maar misschien moeten we juist onbeschroomd in de tegenaanval gaan tegen de EU-critici met precies die methoden die hun geen windeieren hebben gelegd. Maar wel met één cruciaal verschil: ons populistische programma zal gestoeld zijn op harde bewijzen, in plaats van op misleidende slogans op bussen, of op ‘alternatieve feiten’."

Herman Goossens is hoogleraar in de medische microbiologie aan de Universiteit Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (Herman [dot] Goossens [at] uza [dot] be).

Blijf op de hoogte van nieuws in het UZA via Twitter @uzanieuws en Facebook