UZA - Hoe het begon
Logo UZA - Terug naar startpagina
home bereikbaarheid contactachtergrond
 
UZA  >> Over UZA  >> Geschiedenis en groei  >> Hoe het begon

sfeerbeeld

Het verhaal van het UZA: hoe het begon

UZA kwam er niet zonder slag of stoot

Als rector van de toenmalige Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) schreef Laurent Vandendriessche mee de ontstaansgeschiedenis van het UZA. Meer dan 25 jaar later denkt hij met plezier aan die bijzondere tijd terug. 'Ik was er vanaf het begin van overtuigd dat het ziekenhuis een groot succes zou worden.'

Wie teruggaat naar de prille ontstaansgeschiedenis van het UZA belandt in het jaar 1965. Dat was het jaar dat het RUCA en de Faculteit Geneeskunde werden opgericht. In het begin werden er alleen maar kandidaturen aangeboden en was er van een universitair ziekenhuis in Antwerpen nog geen sprake. Maar dat veranderde toen in 1971 de UIA werd opgericht. De nieuwe universiteit kreeg een relatief ingewikkeld bestuursorgaan. Naast rector Laurent Vandendriessche en voorzitter Fernand Nedée was er ook nog een vice-rector, Jos Couturier, en een ondervoorzitter, Camille Paulus.

'Die ingewikkelde structuur was er niet voor niets', grinnikt Vandendriessche. 'Elk van ons vertegenwoordigde een andere politieke zuil. Ik de toenmalige SP, Nedée de CVP uit die tijd. Zo ging dat nu eenmaal nog in de jaren '70, alle grote partijen moesten hun zegje hebben. Iedereen voorspelde dat wij met die verschillende achtergronden binnen drie maanden klinkende ruzie zouden hebben. Maar grappig genoeg konden we het uitstekend met elkaar vinden. Bij meningsverschillen discussieerden we tot we een gemeenschappelijk standpunt bereikten. Uiteindelijk zijn we zelfs allemaal goede vrienden geworden, tot en met samen op reis gaan.'

Probleem

In 1972 startte de UIA met een doctoraatsopleiding geneeskunde. 'En toen zaten we met een probleem', vertelt Vandendriessche. 'Doctoraatsstudenten geneeskunde moeten in principe hun opleiding krijgen in een universitair ziekenhuis, maar dat hadden we niet. We hebben toen een akkoord gesloten met een aantal algemene ziekenhuizen in Antwerpen, meer bepaald het Algemeen Kinderziekenhuis Antwerpen, het Middelheim, Stuyvenberg, Sint-Vincentius, Sint-Camillus en Sint-Augustinus. De studenten konden daar terecht voor hun opleiding en ook de professoren geneeskunde gingen daar aan het werk.' Intussen startten er gesprekken over de bouw van een universitair ziekenhuis. De grond was al beschikbaar. Bij de bouw van de UIA was immers al rekening gehouden met de komst van een ziekenhuis op dezelfde locatie. Maar er vloeide heel wat water door de zee voor dat ziekenhuis er ook werkelijk kwam. 'We kregen vanuit verschillende hoeken tegenstand', herinnert Vandendriessche zich. 'Ik moet toegeven dat ik daar vaak wakker van gelegen heb. Maar uiteindelijk hebben we de politieke partijen ervan kunnen overtuigen dat de Antwerpse Faculteit Geneeskunde wel degelijk een universitair ziekenhuis nodig had.'

Hoge toppen

Eén van de problemen was dat de provincie Antwerpen in die periode al te veel ziekenhuisbedden telde. Vandendriessche: 'Wie ons op dat moment geweldig geholpen heeft, is dokter Ludo Van Bogaert van het Born Bunge Instituut. Hij was bereid zijn bedden af te staan aan het academisch ziekenhuis, op voorwaarde dat de Antwerpse universiteit er hun stichting zou vestigen. De ziekenhuisafdeling van Born Bunge is toen verhuisd naar het universitair ziekenhuis en de Born Bunge Stichting zelf kreeg onderdak in de gebouwen van de UIA. ' Vandendriessche geloofde er vanaf het begin rotsvast in dat het academisch ziekenhuis hoge toppen zou scheren. 'Sommige van de aangestelde professoren vreesden dat het nieuwe ziekenhuis niet voldoende mensen zou aantrekken. Maar ik maakte me daar absoluut geen zorgen over. De mensen zullen toestromen, heb ik altijd gezegd. En dat is ook gebeurd.'

In 1979, het jaar dat het UZA zijn deuren opende, beëindigde Vandendriessche zijn loopbaan aan de Antwerpse universiteit. Hij bleef nog zes jaar professor aan de Gentse universiteit. 'Vanaf toen heb ik mij bewust niet meer gemoeid met de Antwerpse universiteit of het ziekenhuis. Maar ik bleef het reilen en zeilen van het UZA volgen in de krant en via vrienden die er nog bij betrokken waren. Die interesse verdwijnt uiteraard niet zomaar. Ik had per slot van rekening het ziekenhuis mee van nul opgericht. Dat is iets waar we trots op mogen terugkijken.'

Terug
Informatiemagazine:
magUZA'