De Klinische Biologie bestaat uit vijf laboratoriumafdelingen:
- Klinische Chemie (KC) met daarin 4 sectoren: Biochemie (BI), Hormonologie, therapeutische monitoring en klinische toxicologie (HTK), Immunologie en proteïnechemie (IM) en serologie (SER)
- Hematologie en hemostase (HE)
- Microbiologie (MI)
- Basis Semenanalyse Laboratorium (F)
- Moleculaire diagnostiek (MD)
De doelstellingen van de Klinische Biologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen zijn:
- de klinische biologie in haar geheel beheren door tijdig correcte laboratoriumresultaten te verstrekken, expertise te verlenen, adviezen en consulten te formuleren en zo te helpen bij de diagnose en behandeling
- bevorderen van een klinisch relevant en kosteneffectief gebruik van diagnostische mogelijkheden
- geneesheren, apothekers en licentiaten in de wetenschappen opleiden tot specialisten en deelnemen aan de opleiding van medisch laboratorium technologen en industrieel ingenieurs
- een actieve bijdrage leveren in patiëntengebonden en toegepast wetenschappelijk onderzoek
- onderwijs geven
Tot de specifieke opdrachten behoren:
- dienstverlening aan omliggende (privé en ziekenhuis-) laboratoria mbt. uitvoering van speciale tests en back-up voor de routine
- organisatie van ringonderzoeken
- organisatie van POCT (Point of Care Tests) binnen het UZA waarbij dezelfde kwaliteitsborgingen worden toegepast als voor analyses uitgevoerd in het laboratorium
- deelname aan stabiliteitonderzoek van referentiematerialen oa. in opdracht van het IRMM (Institute for Reference Materials and Measurements) van de Europese Commissie.
Kwaliteitssysteem
Om onze doelstellingen te realiseren werd een samenhangend kwaliteitssysteem ingevoerd dat continu aangepast en verbeterd wordt door de kwaliteitscoördinator in overleg met de directeur, de afdelingshoofden, de klinisch biologen en de hoofdlaboranten.
Het kwaliteitssysteem werd vastgelegd in een kwaliteitshandboek en in de ermee samenhangende procedures en bijlagen. Het kwaliteitshandboek en de procedures zijn van toepassing op alle afdelingen van de Klinische Biologie.
Het kwaliteitssysteem voldoet aan de wettelijke normen zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 3 december 1999: Koninklijk Besluit betreffende de erkenning van de laboratoria voor klinische biologie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, (Belgisch staatsblad van 30 december 1999), aan de norm ISO 15189:2007 voor de bepalingen in de domein van de klinische biologie en aan de norm ISO/IEC 17025:2005 voor de bepaling van Legionella in watermonsters.
Doelgroep
Het laboratorium verricht klinisch biologisch onderzoek o.a. ten behoeve van:
• artsen en geneesheer specialisten van het UZA, andere ziekenhuizen en laboratoria
• huis-, verzekerings- en sportartsen
• bedrijfsgeneeskundige diensten
• de overheid
• diagnostica- en farmaceutische firma’s
Het laboratorium voert bepalingen uit in het domein van de klinische biologie en de moleculaire diagnostiek ten dienste van patiënten. Het laboratorium voert tevens bepalingen uit in de milieusector ten dienste van ziekenhuizen en bedrijven (cfr bepaling van Legionella in watermonsters).
Het laboratorium verleent analytische en consultatieve diensten aan de aanvragers en voert
fundamenteel en klinisch wetenschappelijk onderzoek uit in samenwerking met de Faculteiten van de Universiteit Antwerpen en klinische diensten van het UZA.
Nieuwe methoden en technieken worden uitgetest en na een grondige evaluatie ingevoerd.
Technieken
Om de klinisch biologische onderzoeken te kunnen uitvoeren wordt in het laboratorium gebruik gemaakt van een groot aantal technieken waaronder: chemische, immunochemische, hematologische, microbiologische, spectrofotometrische, chromatografische, fysische en fysischchemische, flowcytometrische, microscopische en moleculair biologische technieken.
De analyses worden uitgevoerd op een aantal lichaamsmaterialen o.a.: bloed, urine,
sputum, faeces, beenmerg, liquor, pleuravocht, ascites, semen, seminaalplasma... en andere
materialen.
Aard van de verstrekkingen
Meer informatie over de aard van de verstrekkingen per afdeling vindt u in de labogids. Bij elke analyse wordt de afdeling vermeld waar de analyse wordt uitgevoerd.